Geen enkel schuin pannendak is 100% waterdicht.
Of iets genuanceerder, de eerste laag van een pannendak tussen de 15 en 45° toch meestal niet…

Waarom een onderdak

Dakpannen alleen volstaan niet om de dakbedekking wind -en waterdicht te houden. Een bijkomende bescherming van het hellend dak tegen wind, stuifsneeuw, stof en vocht zijn bv. onderdakfolies. Naast het droog houden van de isolatie en het dakgebinte, is het bovendien ook vereist dat damp en vocht van binnenuit langs de onderdakfolie wordt doorgelaten naar buiten toe. Vochtige isolatie verliest immers zijn isolatiewaarde! Onderdakfolie en dakpannen vormen dus eigenlijk één geheel dat instaat voor de weerbestendigheid.1

Met andere woorden – deze onderdaken zorgen er voor dat alles wat de eerste laag (de pannen) passeert van buitenaf, toch keurig in de dakgoot belandt. En dat al het vocht van buitenaf dus ook niet opgenomen wordt in isolatiemateriaal, kepers of zelfs naar beneden loopt langs de binnenmuren.
Anderzijds werken ze hier altijd damp-open, d.w.z. dat je de kans geeft aan isolatie waar toch vocht of condens tussen zou zitten, om te drogen aan de lucht. (En dus niet zoals in een fles frisdrank op een warme dag permanent druppels vormt aan de binnenzijde.)

Twee, misschien drie oplossingen

Praktisch gezien zijn er hiervoor maar een paar oplossingen

  • hardere, waterdichte platen die meestal met een tand-groef verbinding gelegd worden
  • folies die volledig waterwerend of waterkerend bovenop de kepers bevestigd worden
  • harde isolerende panelen met een folie geïntegreerd

De platen worden meestal uit vezelcement (bv. menuiserite) of houtvezels (bv. Celit of Hofafest) gemaakt. Vaak aangehaalde voordelen zijn o.a. stevigheid, toegevoegde isolatiewaarde & ongevoeligheid naar ongedierte. Die toegevoegde R-waarde is meestal trouwens redelijk beperkt – als je nog gaat na-isoleren moet je het daarvoor zeker niet doen. Maar al die voordelen komen wel tegen een kost. Letterlijk langs de ene kant, de prijs ligt doorgaans een stuk hoger. Maar ook qua verwerking kan je als doe-het-zelver zeker een stukje extra aan de bak. Zo moet ieder stuk op voorhand op maat gezaagd worden, moet je er dubbel op letten om de tand-groef verbinding niet te beschadigen. Anders is het ofwel opnieuw zagen, ofwel aftapen met butyl tape.

Nu heb je bij de dakfolies ook natuurlijk ook nadelen. Enerzijds naar verwerking toe, aangezien iedere perforatie een mogelijke lek kan vormen, kan je alle nietjes of verbindingen gaan aftapen, zelfs al plaats je er daarna nog tengellatten over. Al die tape zorgt er dan natuurlijk wel weer voor dat het geheel weer stukken luchtdichter is – wat bij een renovatie naar een energiezuinige woning ook weer pluspunten oplevert.
Anderzijds moet je tegen zo’n folie ook niet echt flexibele isolatie gaan aan ‘stoempen’… En kan je dan weer wel net iets eenvoudiger op of rond dakramen of dakkappellen gaan werken. Pro’s en cons met andere woorden.

Dat hele plaatje herhaalt zich trouwens bij de panelen met geïntegreerde folie, bv. van Unilin of Kingspan. Langs de ene kant zijn ze wat moeilijker op maat te zetten dan folies, anderzijds werk je meteen met een stevig materiaal waar je door de zelfklevende folie aan de buitenzijde geen speciale tape meer hoeft te gebruiken. En helemaal een speciaal geval zijn losse dakelementen, maar daar gaan we in dit artikel (nog) niet op ingaan. Bijkomend voordeel van dit soort panelen is trouwens wel dat je naar buiten toe isoleert & dat je dus weinig of geen binnenruimte verliest. Wat nadelen betreft zit je dan weer met de geluidsoverdracht. PUR en PIR werken beide versnellend, dus t.o.v. een traditioneel isolatie materiaal zoals minerale wol of cellulose ga je altijd meer buitengeluiden binnen krijgen.

 

Afbeelding bij Onderdak - waterdichting onder de pannen - afhankelijkheid dakhelling

Onderdak met folie2

Nu, al die materialen hebben verschillende verwerkingswijzen, maar laat je alleen niet verleiden om het onderdak onder de kepers te steken.
Ik weet wat je denkt – zo veel gaat die 10-15 cm nu toch ook niet uitmaken. Maar zo pak je één van de weinige dragende dingen in het dak volledig in – insijpelend water en al. Erger nog, door isolatie te plaatsen tussen de kepers en dan aan de achterzijde pas het onderdak te steken, verhoog je de kans op stilstaand vocht nog eens. Zelfs iets of wat vochtbestendige isolatie, zoals PUR en PIR houdt dit dan vast, exact ter hoogte van de kepers… Die isolatie platen kunnen daar doorgaans wel tegen, maar jouw arme, oudere kepers meestal niet. Gevolgen: schimmel & een doorhangend dak.

Een kwestie van vocht

Van vocht gesproken, waarom moet dat hele boeltje nu dampopen en waterkerend of waterwerend zijn? En niet andersom of langs beide zijden volledig waterdicht?

Isolatie moet ademen om droog te blijven.
Meestal wordt vocht daarom vanuit de constructie / isolatie laag naar buiten afgevoerd. Alleen wil je niet dat die zijde volledig vrij is, want dan zou het bij iedere insijpeling volleidg doorweekt worden. Aan de buitenzijde steek je dus een laag die druppels water niet doorlaat, terwijl vocht aan de binnenzijde wel naar buiten moet kunnen. Dampopen en waterwerend zijn de technische termen daarvoor. Klinkt dat onmogelijk?
Dat plastic laagje op fruit of bepaalde charcuterie doet krak hetzelfde – door middel van micro perforaties.

TIP: Meestal herken je die waterwerende laag aan de zwarte kleur & het rubberachtig gevoel. Die moet vanboven. En die ruitjes geven je een gemakkelijke manier om overal de overlap te kunnen afmeten.

Bij de vaste platen is het plaatje doorgaans vergelijkbaar, zij het een stukje minder high tech. De platen zijn daar gewoon iets of wat poreus. Water kan dus nog wel naar binnen of naar buiten in de vorm van damp, maar niet als druppels. Let wel op: dat is ook de reden dat je hier niet gewoon een OSB plaat kan gebruiken. Die  is volledig verlijmd, waardoor mogelijke damp in de isolatie niet naar buiten kan, en gegarandeerd zal condenseren aan de binnenzijde.

Afwerking & ventilatie

Bovenop het onderdak wordt dan nog een tengellat en een panlat gelegd. Meestal wordt dit dubbel frame toegepast om 2 vliegen in 1 klap te slaan.

  • De gaatjes die je in de folie of vezelplaten hebt geboord, geniet of genageld worden mooi afgedekt door de extra tengellatten.
  • En ook de ruimte onder de dakpannen wordt vrijgelaten, zodat lucht hier ook nog kan passeren.

Dat laatste is vooral belangrijk waar het onderdak vaker nat gaat worden, zoals bij oudere types pannen (bv. rustieke Hollandse kleipannen) & minder steile dakhellingen, bv. eerder tegen de 15°.
En wil je die gaatjes dan toch nét iets beter afgedekt hebben, dan kan je ook onder iedere tengellat zo’n laag butyltape doen. Al is dat wel echt een monnikken-werkje en hou je dat beter ook voor de speciale situaties.

Samenvatting

Et voila, zo heb je alvast een kort overzichtje van de verschillende soorten onderdaken. Vezelplaten voor de verbouwers die zowel gevel als dak tegelijk en met dezelfde panelen willen aanpakken, onderdakfolies voor de doe-het-zelvers die iets minder willen spenderen en net iets eenvoudiger willen werken. (Toch op windstille dagen 🙂 )
Wil je nog meer weten, laat gerust iets weten via het contact formulier.

 

Bronnen

  1. Onderdakfolies – Monier, Onderdakfolies, https://www.monierbelgium.be/producten/componenten/onderdakfolies.html
  2. Dakrenovatie: doe het zelf tips – Pieper Ermelo, Doe het zelf: dakrenovatieTerug naar het overzicht…, http://www.pieper-ermelo.nl/pieper-bouw/Bouwtips/Doe-het-zelf%3A-dakrenovatie